Een oceaan van tijd.
Reflecties op het werk van Frans Gentils door curator Tim Joye
Kunstenaar Frans Gentils werkt sinds 1960 aan het grootste verhaal van onze planeet, of het verhaal dat evolutionair bioloog Richard Dawkins in zijn gelijknamige boek “The greatest show on earth” noemt. Dit verhaal, met een explosieve verscheidenheid aan leven en diepgang die ons begrip overstijgt, past niet binnen onze populaire lineaire tijdschalen.
In dit lange verhaal speelt de mens slechts een kleine rol. Kunstenaar en filmmaker Werner Herzog drukt het als volgt uit: “Human civilization is like a thin layer of ice upon a deep ocean of chaos and darkness.”
Gentils’ zoektocht onthult authentieke perspectieven op deze diepe oceaan van tijd. Zijn kunstenaarschap en fascinatie voor monumentale tijd begon als kind tijdens de aanleg van de Antwerpse haven, waar de enorme zanderige bouwputten diepe indrukken achterlieten. Toen de piepjonge Gentils op fossielen stuitte, begonnen deze indrukken als het ware in zijn gedachten open te barsten op een manier die tot op vandaag in zijn werk te zien zijn. Het heeft, zoals de kunstenaar zelf zegt, zijn wereldbeeld gevormd.
De Antwerpse haven, ooit een speeltuin voor Gentils, is nu een essentieel onderdeel van onze moderne consumptiecultuur. De kunstenaar zag de haven letterlijk exploderen door de ‘containerisatie’, met alle gevolgen die we nu kennen. De grootste containerschepen die er nu aanmeren, vervoeren tot 200.000 ton goederen en verbruiken 300 ton per dag bunkerolie, de meest vervuilende brandstof in zijn soort. Het “fossiele” traject stopt echter niet aan de dokken, maar gaat verder naar onze huizen zonder dat wij al de verborgen ingewanden van onze economie hebben gezien .
Sinds de eerste commerciële ontginning van olie, 150 jaar geleden, heeft de mensheid 2 biljoen (2.000.000.000.000) vaten olie uit de aardkorst gepompt. Deze snelheid staat in schril contrast met de tientallen miljoenen jaren die de natuur nodig heeft om plankton en algen om te zetten in aardolie, wat wijst op een schaal van ongekende onrechtvaardigheid. Gentils voelde dit al aan voordat de eerste milieuverenigingen ontstonden.
In onze menselijke geschiedenis, of het “Antropoceen”, is de verstoring die we aan de ecosystemen aanrichten vergelijkbaar met de kracht van een meteorietinslag of vulkaanuitbarsting die een uitstervingsgolf voorafgaat. Vandaag zijn de 8 miljard mensen uitgegroeid tot een geologische kracht die volgens wetenschappers de ‘zesde massa-extinctie’ veroorzaakt. Dat dit door een zoogdier wordt veroorzaakt, is ongezien in de geschiedenis van de aarde.
Deze gevoelens, ontstaan in Gentils’ jeugd, zijn mogelijks wel het mooiste vastgelegd in het monumentale werk “Iguanodons I” (in bruikleen bij de provincie Oost-Vlaanderen). Dit werk, getekend op een zeil, tijdens de vele zwerftochten van de kunstenaar in industriële fabrieken, toont een grote fabrieksruimte waarin dinosaurus-skeletten uit de steenkool van Bernissart lijken te drijven op een oplichtende massa van fabriekspuin. Hij heeft dit getekend met een bruisende textuur en licht die doet denken aan een kolkende oceaan. Het werk straalt een mystiek en monumentaliteit uit die een verstilling uitlokt, vergelijkbaar met een bezoek aan een kathedraal. “Iguanodons I” is in die zin Gentils interpretatie van de kathedraal van het leven, waarin de menselijke architectuur via entropie in een oceaan van tijd verdrinkt.
Dit werk contrasteert sterk met onze Westerse katholieke achtergrond, waarin Genesis (1:28) het als volgt stelt: “Wees vruchtbaar en word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar; heerschappij over de vissen van de zee, de vogels van de lucht en over alle levende wezens die op de aarde bewegen.”
In Gentils’ werk komt de mens soms wel naar voren, maar nooit met volledige heerschappij over het leven. De menselijke figuren lijken bevroren in de tijd, ontdaan van dagelijkse, banale emoties en versmelten in hun gedachten met fossielen en andere organische vormen die uit hun hoofd schieten.
We mogen deze mutaties niet letterlijk nemen, zegt de kunstenaar, maar zien in het perspectief van de evolutie. Volgens de kunstenaar zijn onze gedachten gevormd door de evolutionaire processen die ons, mensen voorgingen in de grote dieptes van de tijd.
Zowel ons lichaam (staartbeentje, verstandskiezen, …) als onze geest en de rituelen die daaruit voortkomen, tonen sporen van de natuurlijke evolutie. Veel eigenschappen die we als exclusief menselijk beschouwen, zijn ook aanwezig bij andere soorten, zoals het rouwgedrag van olifanten, de samenwerking tussen orka’s, het imponeergedrag van pauwen, de speelsheid van jonge leeuwenwelpen, of het artistieke inrichten van nesten door prieelvogels. Gentils totems vol leven en tijdschalen, combinaties van levende vormen, insecten, botten en versteende fossielen, en het puin van de mensheid… vermengen fragmenten uit diverse tijdspannes om er, onder andere, patronen in te ontdekken.
Dat is vandaag zeker relevant. Wetenschappers in het IPPC Panel (Intergovernmental Panel on Climate Change) proberen de impact van ons klimaat te reconstrueren door het tijdsperspectief van vandaag te vergelijken met grote gebeurtenissen uit het verleden, zoals de verzuring van de oceanen of het huidige CO2-gehalte in de atmosfeer. Ze doen dit door luchtbellen in oud ijs te meten of gesteenten uit te lezen. Op die manier vinden ze bijvoorbeeld parallellen met de Trias-Perm-extinctie, 250 miljoen jaar geleden, toen 70-90% van alle leven verdween.Hoewel dit een somber vooruitzicht lijkt, kunnen wij als mensen, in tegenstelling tot een lompe meteoriet die niet te stoppen is, nog actie ondernemen om onze impact te verminderen. Of een radicaal andere koers te nemen, die niet enkel op groei is gericht.
We zijn ertoe gedwongen, zoals historicus Philipp Blom het zo mooi stelde, want:‘het is toch te laat voor pessimisme’. Dit kan door creatief en artistiek om te gaan met de biodiversiteit die ons nog rest en de effecten van de opwarming tegen te gaan.
Het werk van Gentils nodigt ons uit om de schoonheid van deze kennis te ontdekken en met een grote speelsheid en authenticiteit, zoals het leven zelf, te omarmen.

















